jarosiet

onzijdig (het)/jaroˈsit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mineraal (mineraal) geelbruin glanzende verbinding van kalium-ijzersulfaat (KFe3+3(SO4)2(OH)6)
    Bij de productie van zink kwam jaarlijks zo'n 100.000 ton jarosiet vrij, zwaar verontreinigd afval met een hoog ijzergehalte.

Etymologie

*van "Jarosit", in 1852 door de Duitse mineraloog zo genoemd naar de Barranco Jaroso (Zonneroosjesbeek) in het gebergte in de Spaanse gemeente ; de naam is ook passend omdat de kleur van het mineraal doet denken aan die van het soort zonneroosje waarnaar de beek is genoemd