jazzclub

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdʒɛːsklʏp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitgaangsgelegenheid waar jazzmuziek wordt gespeeld
    Ik had ze gekregen van iemand die ik toevallig in een jazzclub op de me Mouffetard was tegengekomen.
    In Egypte is sinds de revolutie de kunstsector opgebloeid. Protestbandjes treden overal op. Sander van Hoorn bezoekt een jazzclub in Cairo.