jegens

/xxxx/

Betekenis

voorzetsel
  1. ten aanzien van, tegenover, naar ... toe (figuurlijk, niet in de betekenis "door een ruimte"); vooral gebruikt bij personen
    Misschien kan geld zijn woede jegens de Brandts nog sussen.
    Bekend is dat de Nationale Vergadering niet veel op had met de rechters die nog onder het ancien régime waren gerekruteerd en dat het wantrouwen jegens de rechterlijke macht groot was.
    Wrok jegens iemand koesteren.

Etymologie

:Noord: : "gegn"

Vertalingen

Engelstowards
Fransenvers