Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

jelie

/jəˈli/

Betekenis

voornaamwoord
  1. (onderwerp) met werkwoordsvorm op -t
    En dan, jelie kent het Bijbelwoord: (…)
  2. (onderwerp) met werkwoordsvorm zonder uitgang
    Kom jelie maar hier, m'n schatjes, daar is de vrouw, geef jelui d'r maar soentjes!
  3. (onderwerp) met werkwoordsvorm op -n
    Waar komen jelie vandaan, zeker weesjongens om in den dierentuin de apen te vlooien
  4. (meewerkend voorwerp)
    (…) 't gaat jelie geen bliksem aan!
  5. (lijdend voorwerp)
    ‘Weet je waar 'k dikwijls bang voor 'weest ben, Riek?,’ begon hij na een poos vertrouwelijk, - ‘dat ik jelie wel 's verveeld heb, zoo èlke avond...’
voornaamwoord
  1. informeel, verouderd (informeel) (verouderd) jullie ( )
    Is dat soms jelie manier om elkaar 't leven aangenaam te maken?

Etymologie

*samenstelling van je (persoonlijk voornaamwoord) met 'lie' een verkorting van lieden (zelfstandig naamwoord), gebruikt om te benadrukken dat het om een meervoud van het voorgaande gaat