jengelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. zeuren, zaniken, jammeren, tot last zijn
    Die kinderen jengelen de hele dag.
  2. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het jengelen in de tweede betekenis erin.
  3. enz.

Etymologie

* In de betekenis van ‘dwingend huilen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1528