jezuïet
mannelijk (de)/jezyˈwit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) lid van de Sociëteit van Jezus, een rooms-katholieke ordeDe jezuïeten verzorgen over de hele wereld onderwijs.
Etymologie
*van Neolatijn "Iesuita", een afleiding van "Iesus" "Jezus", in de betekenis van ‘lid van de Sociëteit van Jezus’ voor het eerst aangetroffen in 1567; op te vatten als (eponiem) afgeleid van "Jezus"
Vertalingen
EngelsJesuit
Fransjésuite
DuitsJesuite
Spaansjesuita
Italiaansgesuita
Portugeesjesuíta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek