jodenlijm
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- spuug, speeksel, kwijlHet genootschap Onze Taal begint een onderzoek naar het beeld van joden zoals dat vroeger in de Nederlandse taal tot uitdrukking kwam. Zo waren voor de Tweede Wereldoorlog uitdrukkingen zoals ”jodenlijm” voor spuug en ”het lijkt hier wel een jodenkerk” als er ergens veel lawaai was, erg ingeburgerd.
- asfalt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek