joggingbroek

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdʒɔɡɪŋˌbruk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport, kleding (sport) (kleding) gemakkelijke, losjes zittende broek met een elastieken band, om mee te kunnen joggen, e.d.
    Een joggingbroek zit lekker makkelijk en kan zeker in Almelo ook gedragen worden zonder dat met aan sport doet.
    Die hoefde ik alleen maar te vinden om haar te vinden, in verhuis-T-shirt en joggingbroek, haar lange donkere haar in een praktisch knotje en misschien met een lik verf op haar neus, zoals in televisiereclames voor jonge gelukkige stellen, tussen de dozen in een huis dat altijd zonnig zou zijn en waar het leven zou beginnen.

Vertalingen

Engelssweatpants
Franspantalon de jogging
DuitsJogginghose
Spaanspantalon de chándal, pants, jogging