joint

mannelijk (de)/dʒɔjnt/

Wat is de betekenis van joint?

joint betekent: met hasjiesj of marihuana gevulde sigaret die men samen met meerdere personen oprookt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. met hasjiesj of marihuana gevulde sigaret die men samen met meerdere personen oprookt

Voorbeelden van "joint" in een zin

  • Er was altijd wel een joint die rondging en soms waren er ook hoogoplopende filosofische discussies rond het kampvuur.
  • Ik kookte wat pasta terwijl zij een jointje opstak. We hadden allebei onze trailfamilie verlaten en genoten nu van het alleen lopen, lekker overzichtelijk, zonder drama’s en gedoe.

Betekenis en uitleg van joint

Een 'joint' is een opgerolde sigaret die vaak cannabis bevat, maar kan ook andere kruiden of tabak bevatten. Het wordt meestal gerookt en is een populaire manier om deze stoffen te consumeren.

Het woord 'joint' wordt vaak gebruikt in de context van recreatief gebruik van cannabis, vooral onder jongeren. In sociale situaties kan het samen roken van een joint een manier zijn om verbinding te maken met anderen. Het gebruik van joints komt met verschillende culturele en juridische implicaties, afhankelijk van de plaats en de wetten rondom drugs.

Voorbeelden

  • Tijdens het festival zaten ze gezellig samen een joint te roken onder de sterrenhemel.
  • Hij besloot een joint te draaien na een lange dag op het werk om te ontspannen.
  • In sommige landen is het roken van een joint een sociaal geaccepteerde praktijk, terwijl het in andere landen nog steeds illegaal is.

Woordoorsprong

Het woord 'joint' komt van het Engelse 'joint', wat 'verbonden' of 'samengevoegd' betekent, en verwijst naar de manier waarop de tabak en cannabis samen worden gebracht.

Veelgestelde vragen over joint

Wat is de betekenis van joint?

joint betekent: met hasjiesj of marihuana gevulde sigaret die men samen met meerdere personen oprookt

Welk woordgeslacht heeft joint?

joint is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je joint in een zin?

Voorbeeld: “Er was altijd wel een joint die rondging en soms waren er ook hoogoplopende filosofische discussies rond het kampvuur.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hasj- of marihuanasigaret’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1970

Vertalingen

Engelsjoint
Fransjoint
Spaansporro