joint
mannelijk (de)/dʒɔjnt/
Wat is de betekenis van joint?
joint betekent: met hasjiesj of marihuana gevulde sigaret die men samen met meerdere personen oprookt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- met hasjiesj of marihuana gevulde sigaret die men samen met meerdere personen oprookt
Voorbeelden van "joint" in een zin
- Er was altijd wel een joint die rondging en soms waren er ook hoogoplopende filosofische discussies rond het kampvuur.
- Ik kookte wat pasta terwijl zij een jointje opstak. We hadden allebei onze trailfamilie verlaten en genoten nu van het alleen lopen, lekker overzichtelijk, zonder drama’s en gedoe.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hasj- of marihuanasigaret’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1970
Vertalingen
Engelsjoint
Fransjoint
Spaansporro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek