jojo
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (speelgoed) speelgoed, bestaande uit twee schijfjes die langs een koord, dat ertussen gewonden is, afloopt, en door het impulsmoment zichzelf weer omhoog werkt
- (informeel) sufferd
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘klimtol’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1872
Vertalingen
Engelsyo-yo, yo-yo
Fransyo-yo
DuitsJo-Jo
Spaansyo-yo, yoyó
Italiaansyo-yo
Russischйо-йо
Zweedsjojo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek