jokken
mannelijk (de)/ˈjɔ.kə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (verouderd) schertsen
- (inerg) (informeel) (kindertaal) een relatief onschuldige leugen vertellenVolgens mij zat jij een beetje te jokken!Zij hebben onvoldoendes gehaald zonder dat bij thuiskomst meteen verantwoording moest worden afgelegd; zij hebben een keertje gespijbeld zonder dat dit tot een preek leidde; zij konden jokken dat ze geen huiswerk hadden zonder dat ze à la minute als leugenaar ontmaskerd werden.Bij jonge kinderen wordt liegen wel ”jokken” genoemd, volgens WikiWoordenboek het „vertellen van een relatief onschuldige leugen.” Blijkbaar kan een leugen ”relatief onschuldig” zijn. Het is goed om dit eens nader te bekijken, ook omdat de Heere God de leugen haat, zo staat er in Zijn Woord.
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) scherts, grap, leugenZo een jokken een goed oogmerk heeft, en niemand benadeelt, zo kan men dien laten passeeren.De nieuwsgierige vrouwen.Spectoriaale schouwburg, Volume 12, 1783
Etymologie
* In de betekenis van ‘liegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1635
Vertalingen
Engelsfib
Fransbobarder, raconter des bobards
Duitsflunkern
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek