Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

jomo

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdʒomo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) genoegen door het besef dat je niet voortdurend contact hoeft te onderhouden met anderen
    Maar vraag mensen waar ze het meest tegen opzien, na de lockdown, en je krijgt ook een hele reeks bezórgde reacties. Dat alles weer móét straks, dat de agenda te snel te vol zal stromen met verplichtingen, verjaardagen, vergaderingen. Dat het vast weer veel te druk wordt in de stad, de trein, de winkels, de klas, het zwembad, op kantoor, op de snelweg. Dat je een deel van al die mensen dan weer een hánd moet geven, of erger nog, dat er verwacht wordt dat je ze drie keer zoent. Nu leven we nog in zalige ‘jomo’: de joy of missing out.
  2. iemand die zich tevreden voelt door niet voortdurend contact te hoeven onderhouden met anderen
    Ben je een fomo of een jomo?

Etymologie

*van "JOMO", een (letterwoord) van , geschreven met kleine letters volgens