jongen

mannelijk (de)/ˈjɔŋə(n)/

Wat is de betekenis van jongen?

jongen betekent: onvolwassen man

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onvolwassen man
werkwoord
  1. inerg (inerg) (van dieren) nageslacht ter wereld brengen

Voorbeelden van "jongen" in een zin

  • Een jongen op een bromfiets reed door de straat.
  • Op 10 juli 2019 bereikt la belle fille op haar racefiets zwoegend de top. Ze zou net als haar voorgangers uit de 17de eeuw ook wel een frisse duik willen nemen, maar voorlopig volstaan gulzige slokken uit haar bidon. Een bijrolletje in de historie van La Planche is genoeg. Morgen mogen de mooie jongens.
  • Hij ging op het geluid af en zag, op een bergweitje tussen de rotsen, een kleine donkere jongen zijn geiten hoeden.
  • Onze teef heeft zojuist gejongd.

Etymologie

*[C] afgeleid van "jong"

Uitdrukkingen

  • zoals de ouden zongen, piepen de jongen
  • Jongens van Jan de WittDappere jongens zijn
  • Een jongen als een wolkStoett-2603 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
  • Een bengel van een jongenStoett-201 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
  • Een beuker van een jongenStoett-220 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
  • Een strop van een jongenStoett-2209 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]

Vertalingen

Engelsboy
Fransgarçon
DuitsJunge
Spaansniño, chico, muchacho
Italiaansragazzo
Portugeesrapaz
Russischмальчик
Chinees男孩
Japans男の子, 少年
Poolschłopiec
Zweedspojke
Deensdreng