jongensdroom

mannelijk (de)/ˈjɔŋə(n)zˌdrom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wens die al sedert de vroege jeugd wordt gekoesterd (maar nooit is uitgekomen)
    'Ik ben niet eens in de buurt van mijn beste niveau', zei Djokovic. 'Het is een vreemde gewaarwording voor me om in zeven, acht maanden tijd één toernooi te winnen.' De oorzaak ligt ergens diep in zijn ziel, weet Djokovic. Hij zat vorig jaar op een wolk nadat zijn jongensdroom op Roland Garros was vervuld. Alle grandslamtitels verzameld, alles gewonnen; zijn honger was gestild. 'Op de US Open voelde ik me zo slap, zo flets. Dat gevoel kende ik niet.' Volkskrant Robèrt Misset 7 juni 2017