Jood
mannelijk (de)/jot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) aanhanger van het joodse geloof, volgens de joodse traditie iemand of een man die geboren is uit een joodse moeder; verder iemand of een man die is toegetreden tot het jodendom; ook iemand of een man die het joodse geloof belijdtWat misschien een beetje vreemd overkwam, omdat er door iedereen zo naar uit was gekeken, zowel door de antisemieten als door de joden zelf.
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) korter woord voor het element jodium, voornamelijk bij geneesmiddelenWanneer de titratie bijna geëindigd is, moet sterk geschud worden om het jood dat in de chloroformlaag verblijft, te doen overgaan in de waterige laag.
Etymologie
*[B] van "iode", in 1812 gevormd door de 19e-eeuwse Franse scheikundige uit "ἰώδης" (iódès) "violet"
Vertalingen
EngelsJew, iodine
Fransjuif, iode
DuitsJude, Iod, Jod
Spaanshebreo, judío, yodo
Italiaansebreo
Russischеврей, йод
Poolsżyd, jod
Zweedsjude
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek