jou
/jɑu̯/
Betekenis
voornaamwoord
- tweede persoon enkelvoud () informeelHij heeft jou gezien (lijdend voorwerp).Hij heeft jou dit gegeven (meewerkend voorwerp).Hij heeft achter jou gelopen (na voorzetsel).
Etymologie
* In de betekenis van ‘persoonlijk voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1330
Vertalingen
Engelsyou, thee
Franste
Duitsdich, dir
Spaanste, ti
Russischтебе, тебя, тобой
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek