jubeljaar

onzijdig (het)/ˈjybəljar/

Wat is de betekenis van jubeljaar?

jubeljaar betekent: joveel, elk vijftigste jaar, waarin volgens de Bijbel (Lev. 25) schulden werden kwijtgescholden en land weer in het bezit van de oorspronkelijke eigenaar kwam

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. joveel, elk vijftigste jaar, waarin volgens de Bijbel (Lev. 25) schulden werden kwijtgescholden en land weer in het bezit van de oorspronkelijke eigenaar kwam
  2. religie (religie) (rooms-katholiek) Heilig Jaar, elk vijfentwintigste jaar, waarin gelovigen vergeving voor al hun zonden kunnen krijgen door een bedevaart naar Rome of een speciaal door de paus uitgeroepen heilig jaar in de tussenliggende periode
  3. jaar waarin men een verjaardag of jubileum viert dat een veelvoud van 25 jaar is
  4. spreektaal (spreektaal) zeldzame gebeurtenis; in de uitdrukking:

Voorbeelden van "jubeljaar" in een zin

  • eens in het jubeljaar|bijna nooit

Etymologie

*op te vatten als samenstelling van jubelen en jaar; het linkerdeel "jubel" eigenlijk ontleend aan יובל (joveel) "jubeljaar" en beïnvloed door Latijn "jublilare" "juichen" en Latijn "jubilus" "deel van kerkgezang waarbij een lettergreep een reeks noten met verschillende toonhoogte wordt aangehouden"