jujube
mannelijk/vrouwelijk (de)/jyˈjybə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) (voeding) (medisch) besachtige eetbare steenvrucht van een oosterse boom
- (voeding) hoestdropje
Etymologie
* van "jujube", in de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Vertalingen
Spaansazufaifa, azufaifo, jujuba
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek