jujube

mannelijk/vrouwelijk (de)/jyˈjybə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde, voeding, medisch (plantkunde) (voeding) (medisch) besachtige eetbare steenvrucht van een oosterse boom
  2. voeding (voeding) hoestdropje

Etymologie

* van "jujube", in de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351

Vertalingen

Spaansazufaifa, azufaifo, jujuba