juni
mannelijk (de)/ˈjyni/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) de zesde maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalenderIk ben in juni geboren.21 juni is de langste dag van het jaar die overal ter wereld op een unieke manier wordt gevierd.
Etymologie
*Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zesde maand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1270.(eponiem): van "mensis Iunius", "de maand van ".
Vertalingen
EngelsJune
Fransjuin
DuitsJuni
Spaansjunio
Italiaansgiugno
PortugeesJunho, junho
Russischиюнь
Chinees六月
Japans6月
Koreaans유월
Arabischيونيو
Turkshaziran
Poolsczerwiec
Zweedsjuni
Deensjuni
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek