juni

mannelijk (de)/ˈjyni/

Wat is de betekenis van juni?

juni betekent: (tijdrekening) de zesde maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) de zesde maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender

Voorbeelden van "juni" in een zin

  • Ik ben in juni geboren.
  • 21 juni is de langste dag van het jaar die overal ter wereld op een unieke manier wordt gevierd.

Betekenis en uitleg van juni

Juni is de zesde maand van het jaar en valt in het midden van het kalenderjaar. Het is een tijd waarin de dagen langer worden en de zomer in aantocht is, wat vaak leidt tot een gevoel van optimisme en energie.

Juni markeert vaak het begin van vakantieseizoenen en is een populaire maand voor bruiloften en andere festiviteiten. Veel mensen genieten van buitenactiviteiten zoals barbecues en festivals, omdat het weer meestal aangenaam is. In de tuinbouw is juni ook een belangrijke maand voor het planten en verzorgen van gewassen.

Voorbeelden

  • In juni beginnen de zomerse temperaturen eindelijk te stijgen.
  • We hebben besloten om ons huwelijk in juni te vieren, zodat we kunnen profiteren van het mooie weer.
  • De kinderen zijn dol op juni, omdat ze dan eindelijk vakantie hebben van school.

Veelgestelde vragen over juni

Wat is de betekenis van juni?

juni betekent: (tijdrekening) de zesde maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender

Welk woordgeslacht heeft juni?

juni is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van juni?

Synoniemen van juni zijn: braakmaand, zomermaand, rozenmaand.

Hoe gebruik je juni in een zin?

Voorbeeld: “Ik ben in juni geboren.

Etymologie

*Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zesde maand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1270.(eponiem): van "mensis Iunius", "de maand van ".

Vertalingen

EngelsJune
Fransjuin
DuitsJuni
Spaansjunio
Italiaansgiugno
PortugeesJunho, junho
Russischиюнь
Chinees六月
Japans6月
Koreaans유월
Arabischيونيو
Turkshaziran
Poolsczerwiec
Zweedsjuni
Deensjuni