junta

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈxunta/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. regering (regering) groep hoge militairen die samen de baas zijn over het bestuur van een land
    Het gaat om 54 inmiddels oudere mannen, verdacht van onder meer moord, marteling en ontvoering tijdens de militaire dictatuur van de junta onder generaal Jorge Videla (1976-1983).

Etymologie

*van "junta", in de betekenis "besturend comité" aangetroffen vanaf 1632 [https://dbnl.org/tekst/revi001over01_01/revi001over01_01_0506.php?q=iuntahl1 "Vreugden-Rey (1632)" in: Over-Ysselsche sangen en dichten deel 2 (1935) Uitgeversmaatschappij Holland, Amsterdam]; p 130 r. 34; geraadpleegd 2019-03-17

Vertalingen

Engelsjunta
Fransjunte