jurk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈjʏrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een kledingstuk voor vrouwen, dat van de schouders tot op de benen reikt en die vaak helemaal bedekt
    Ik draag nooit meer een jurk .
    Zij draagt enkel een jurk op speciale aangelegenheden.
    Als zij van eeuwigheid fluisterde, wist ze waarover ze het had. Ze had genoeg jurken voor alle feesten die zouden komen.

Etymologie

*Onzeker, mogelijk van het Engelse jerkin en uiteindelijk te herleiden tot het Oudfranse journée of journade. In de betekenis ‘kledingstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1691. In de 19e eeuw verschoof de betekenis van kinder- naar dameskledingstuk.

Vertalingen

Engelsdress
Fransrobe
DuitsKleid
Spaansvestido
Italiaansabito, vestito
Russischплатье
Poolssukienka, suknia
Zweedsklänning