juryuitspraak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈʒyriˌœytsprak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitspraak van leken tijdens een rechtszaak
    De juridische rechters hadden weliswaar ook na een veroordelende juryuitspraak een wettelijke mogelijkheid tot vrijspraak, maar dat kon niemand zich voorstellen.