jus
Wat is de betekenis van jus?
jus betekent: (voeding) (kookkunst) saus voor spijzen, bereid uit vleesnat
Betekenis
- (voeding) (kookkunst) saus voor spijzen, bereid uit vleesnat
- (drinken) sap geperst uit een sinaasappel
- (juridisch) geheel van rechtsregels (alleen in onderstaande Latijnse verbindingen)
- (juridisch) aanspraak op grond van rechtsregels (alleen in onderstaande Latijnse verbindingen)
Voorbeelden van "jus" in een zin
- Zuurkool met vette jusSoep vooraf, ja dat is mijn menuKaantjes met bruine bonenFlink veel ei, niet van dat gewoneBlokken kaas met mayonaiseWarme friet en ook saucijzenSperciebonen uit het vetPap van brood, zo is het maar net(Sjef van Oekel)
Betekenis en uitleg van jus
Jus is een smaakvolle saus die vaak gemaakt wordt van de sappen die tijdens het koken van vlees vrijkomen. Het is een heerlijke aanvulling op gerechten en geeft ze extra diepte en smaak.
Jus wordt vaak gebruikt bij het serveren van vleesgerechten, zoals gebraden kip of biefstuk. Het kan zowel als een dunne saus als een dikkere, ingekookte variant worden gepresenteerd. Het is een veelzijdig element in de keuken dat niet alleen de smaak versterkt, maar ook de presentatie van een maaltijd kan verbeteren.
Voorbeelden
- Bij het serveren van de lamsbout lepelden we er een royale schep jus overheen.
- Voor de feestelijke maaltijd maakte ze zelfgemaakte jus van de aanbaksels in de pan.
- De jus was zo vol van smaak dat het de hele tafel vulde met een heerlijke geur.
Woordoorsprong
Het woord 'jus' is afgeleid van het Franse woord voor 'sap', wat verwijst naar de vloeistof die uit het vlees komt tijdens het koken.
Veelgestelde vragen over jus
Wat is de betekenis van jus?
jus betekent: (voeding) (kookkunst) saus voor spijzen, bereid uit vleesnat
Hoeveel betekenissen heeft jus?
jus heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft jus?
jus is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van jus?
Synoniemen van jus zijn: jus d'orange, sinaasappelsap, appelsiensap.
Hoe gebruik je jus in een zin?
Voorbeeld: “Zuurkool met vette jusSoep vooraf, ja dat is mijn menuKaantjes met bruine bonenFlink veel ei, niet van dat gewoneBlokken kaas met mayonaiseWarme friet en ook saucijzenSperciebonen uit het vetPap van brood, zo is het maar net(Sjef van Oekel)”
Etymologie
*[B] van Latijn "ius" "recht"