jus
mannelijk (de)/ʒy/
Wat is de betekenis van jus?
jus betekent: (voeding) (kookkunst) saus voor spijzen, bereid uit vleesnat
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) (kookkunst) saus voor spijzen, bereid uit vleesnat
- (drinken) sap geperst uit een sinaasappel
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) geheel van rechtsregels (alleen in onderstaande Latijnse verbindingen)
- (juridisch) aanspraak op grond van rechtsregels (alleen in onderstaande Latijnse verbindingen)
Voorbeelden van "jus" in een zin
- Zuurkool met vette jusSoep vooraf, ja dat is mijn menuKaantjes met bruine bonenFlink veel ei, niet van dat gewoneBlokken kaas met mayonaiseWarme friet en ook saucijzenSperciebonen uit het vetPap van brood, zo is het maar net(Sjef van Oekel)
Etymologie
*[B] van Latijn "ius" "recht"
Vertalingen
Engelsgravy, sauce
Spaansjugo, jugo de carne, salsa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek