jutter

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die aangespoelde voorwerpen meeneemt zonder daarvoor toestemming te hebben van de overheid
    Ik bel de man wiens zoldermuseum ik net heb bezocht. Willem de Rover (70), ex-strandjutter en sinds 1984 gemeentelijk strandvonder van Schoorl. Hij is de opvolger van Gutker, die hem zelf voordroeg, want wie beter dan een jutter kent de geheimen van de branding? Tubantia Bob van Huet 04-08-15 [https://www.tubantia.nl/binnenland/de-surprises-van-de-zee-een-verdacht-zakje-en-een-linkerschoen~a1245670/ De surprises van de zee: een verdacht zakje en een linkerschoen]
    ,,Haha, hartstikke mooi," reageert Hessel Wiegman. Hij is sinds mensenheugenis dé zeehondenredder en jutter op Terschelling. Elke dag inspecteert deze vrijbuiter van de eilanden qua uiterlijk een kruising tussen Bennie Jolink en Jan Wolkers - de westelijke stranden van zijn eiland. Tubantia Bob van Huet 14-08-15 [https://www.tubantia.nl/binnenland/hop-uit-de-kleren-en-een-baantje-trekken-met-een-zeehond~a273eac6/ Hop, uit de kleren en een baantje trekken met een zeehond]
    Veel was er niet meer van het zeilbootje over. Het lag half begraven onder het zand, het dek versplinterd. Vermoedelijk hadden jutters er al het een en ander afgesloopt toen het op 24 juni 1995 werd ontdekt door een strandvonder. De Telegraaf WOUTER LAUMANS 28 nov. 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/11392/laatste-hoop-in-zaak-verdronken-schipper Laatste hoop in zaak verdronken schipper]

Etymologie

* van jutten