juweel

onzijdig (het)/jyˈwel/

Wat is de betekenis van juweel?

juweel betekent: sieraad van grote schoonheid en hoge waarde

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sieraad van grote schoonheid en hoge waarde

Voorbeelden van "juweel" in een zin

  • De vorstin droeg juwelen van onvervangbare waarde.
  • Haar juwelen rinkelden terwijl ze haar zachte, warme armen spreidde voor een langverwachte omhelzing die noodlot was en bestemming, en heel even giechelde ze omdat alles eindelijk logisch was.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kostbaar sieraad’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Vertalingen

Engelsgem, jewel
Spaansjoya