juweel
onzijdig (het)/jyˈwel/
Wat is de betekenis van juweel?
juweel betekent: sieraad van grote schoonheid en hoge waarde
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- sieraad van grote schoonheid en hoge waarde
Voorbeelden van "juweel" in een zin
- De vorstin droeg juwelen van onvervangbare waarde.
- Haar juwelen rinkelden terwijl ze haar zachte, warme armen spreidde voor een langverwachte omhelzing die noodlot was en bestemming, en heel even giechelde ze omdat alles eindelijk logisch was.
Veelgestelde vragen over juweel
Wat is de betekenis van juweel?
juweel betekent: sieraad van grote schoonheid en hoge waarde
Welk woordgeslacht heeft juweel?
juweel is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je juweel in een zin?
Voorbeeld: “De vorstin droeg juwelen van onvervangbare waarde.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kostbaar sieraad’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Vertalingen
Engelsgem, jewel
Spaansjoya
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek