kaartenhuis

onzijdig (het)/ˈkartə(n)ˌhœys/

Wat is de betekenis van kaartenhuis?

kaartenhuis betekent: constructie van tegen elkaar gezette speelkaarten

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. constructie van tegen elkaar gezette speelkaarten
  2. figuurlijk (figuurlijk) constructie de makkelijk in elkaar stort, een niet stevig constructie

Voorbeelden van "kaartenhuis" in een zin

  • Ik heb liever Chardins figuren dan zijn ijzige voorwerpen, de zittende jongeman. Hij staat bekend om zijn stillevens, maar moet een voortreffelijk portretschilder zijn geweest (meisjesachtig profiel van de jongeman voor het kaartenhuis).
  • De grootse plannen van de regering bleken een kaartenhuis te zijn.
  • Het leven is een kaartenhuis, en bij hem is een van de onderste kaarten eruit getrokken. Zo omschrijft Van Dijk de situatie waar hij in is beland. „En ja, dan stort alles in elkaar.” NRC Kim BosFloor Rusman 21 oktober 2016