kabeljauw

mannelijk (de)/ˌkabəlˈjɑu/

Wat is de betekenis van kabeljauw?

kabeljauw betekent: (straalvinnigen) (visserij) (voeding) middelgrote zoutwatervis en uitstekende consumptievis,

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straalvinnigen, visserij, voeding (straalvinnigen) (visserij) (voeding) middelgrote zoutwatervis en uitstekende consumptievis,

Voorbeelden van "kabeljauw" in een zin

  • Nu moet je ook een lepel pakken, denk eraan dat je eigenlijk een visserszoon bent'Een uur later stonden ze samen bij de steiger in een wolk van krijsende meeuwen en maakten de kabeljauw schoon en deden hun best om de mooiste filets te snijden.

Betekenis en uitleg van kabeljauw

Kabeljauw is een populaire vissoort die bekend staat om zijn stevige, witte vlees en milde smaak. Het is een veelzijdige vis die vaak wordt gebruikt in verschillende gerechten, van gebakken tot gestoofd.

Het woord 'kabeljauw' kom je vaak tegen op menukaarten of in viswinkels. Deze vis is vooral geliefd vanwege zijn zachte structuur en is ideaal voor zowel eenvoudige als verfijnde bereidingen. Kabeljauw wordt ook vaak geassocieerd met de Nederlandse keuken, zoals bij het maken van kibbeling, een populaire snack.

Voorbeelden

  • Ik heb vanavond kabeljauw met groenten en aardappelpuree op het menu staan.
  • Tijdens de vismarkt kocht ik een vers gevangen kabeljauw die perfect is voor mijn recept.
  • Een goed stuk kabeljauw kan de ster van je diner zijn, vooral met een lekkere saus.

Woordoorsprong

Het woord 'kabeljauw' komt waarschijnlijk van het Oudnoorse 'kafall', wat 'een soort vis' betekent. Het is door de eeuwen heen geëvolueerd in de Nederlandse taal.

Veelgestelde vragen over kabeljauw

Wat is de betekenis van kabeljauw?

kabeljauw betekent: (straalvinnigen) (visserij) (voeding) middelgrote zoutwatervis en uitstekende consumptievis,

Welk woordgeslacht heeft kabeljauw?

kabeljauw is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van kabeljauw?

Synoniemen van kabeljauw zijn: bakeljauw.

Hoe gebruik je kabeljauw in een zin?

Voorbeeld: “Nu moet je ook een lepel pakken, denk eraan dat je eigenlijk een visserszoon bent'Een uur later stonden ze samen bij de steiger in een wolk van krijsende meeuwen en maakten de kabeljauw schoon en deden hun best om de mooiste filets te snijden.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "cabeliau" van Oudnederlands "kabeljau", in de betekenis van ‘beenvis’ aangetroffen vanaf 1101

Uitdrukkingen

  • Een spiering (schelvis) uitwerpen om een kabeljauw te vangeniets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen

Vertalingen

Engelscod, codfish
Franscabillaud, morue
DuitsDorsch, Kabeljau
Spaansbacalao, abadejo
Portugeesbacalhau
Zweedskabeljo, torsk
Deenstorsk, kabliau