Kade
vrouwelijk (de)/ˈkadə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) beschoeide of gemetselde oeverstrook waaraan de schepen kunnen aanleggen
- (waterbeheer) lage dijk of tijdelijke kering
Etymologie
*(erfwoord), via Middelnederlands "cade" van Oudnederlands "kada", in de betekenis van ‘wal’ voor het eerst aangetroffen in 1111; dit woord gaat weer terug op een Keltisch woord voor haag, afscheiding
Vertalingen
Engelsquay, wharf
DuitsKai
Spaansmuelle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek