kafir
mannelijk (de)/ˈkɑfɪr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) (voeding) graansoort, , die kan worden gebruikt als een soort rijst of gemalen tot meel
- (religie) (islam) iemand die niet gelooft in het bestaan in de God uit Tenach, Bijbel en Koran
Vertalingen
Spaanssorgo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek