Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kaispoorkoekoek

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koekoeksvogels (koekoeksvogels) een vogel uit de familie (koekoeken). Eerder werd deze soort beschouwd als een ondersoort van de fazantspoorkoekoek. Deze soort komt voor in Indonesië op de Kai-eilanden in het zuidoosten van de Molukken