Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kaispoorkoekoek
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (koekoeksvogels) een vogel uit de familie (koekoeken). Eerder werd deze soort beschouwd als een ondersoort van de fazantspoorkoekoek. Deze soort komt voor in Indonesië op de Kai-eilanden in het zuidoosten van de Molukken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek