woorden
boek
Start
›
K
›
kakel
kakel
mannelijk (de)
/ˈkakəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
persoon
(persoon) iemand die veel kletst
Etymologie
*: "kakelen" zonder de uitgang -en
Synoniemen
kletser
kakelaar
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← kakebenen
kakelaar →