kakkerlak

mannelijk (de)/ˈkɑkərˌlɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor insecten uit de orde , oppervlakkig lijkend op een kever maar hier wel sterk van verschillend
    Kakkerlakken hebben een persoonlijkheid. Volgens wetenschappers zijn sommige kakkerlakken verlegen, en anderen juist stoutmoedig.
  2. scheldwoord (scheldwoord) verachtelijk persoon
    De sfeer wordt al snel wat grimmig, sommige boeren en andere anti-overheidsbetogers schelden hem uit voor „landverrader” en „kakkerlak”.
  3. voetbal (voetbal) Feyenoorder
    Viergever zong na de overwinning op Feyenoord in een café 'het zijn maar kut-kakkerlakken'.[https://www.parool.nl/nieuws/voorwaardelijke-straf-viergever-om-kut-kakkerlakken~b1827fd8/ Voorwaardelijke straf Viergever om 'kut-kakkerlakken'], parool.nl, 30 oktober 2017

Etymologie

*[2] oorspronkelijk een (verkorting) van "kakkerlakker" "praatjesmaker" zonder achtervoegsel "-er", huidige betekenis sterk beïnvloed door [1]

Vertalingen

Engelscockroach, roach
Fransblatte, cafard, cancrelat
DuitsSchabe, Kakerlake
Spaanscucaracha
Italiaansblatta, scarafaggio
Portugeesbarata
Russischтаракан
Chinees蟑螂
Japansゴキブリ
Koreaans바퀴벌레
Turkshamam böceği
Poolskaraluch
Zweedskackerlacka
Deenskakerlak