Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kalanderleeuwerik

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae). De leeuwerik leeft op graslanden en graanvelden in Zuid-Europa tot in West-Azië

Etymologie

*Samenstelling van kalander, (van het Frans etc) en leeuwerik