kalmeren

/kɑlˈmerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) kalm worden
    De storm is gelukkig wat gekalmeerd.
  2. ov (ov) kalm maken
    De groepsleider kalmeerde de jongen.
  3. refl (refl) zich ~ : zich kalmeren

Etymologie

*afgeleid van het Franse calmer () [https://fr.wiktionary.org/wiki/calmer Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelscalm, soothe, calm down
Franscalmer, apaiser, se calmer
Duitsberuhigen, besänftigenn, sich beruhigen
Spaanssosegar, calmar, acallar