kalmeren
/kɑlˈmerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) kalm wordenDe storm is gelukkig wat gekalmeerd.
- (ov) kalm makenDe groepsleider kalmeerde de jongen.
- (refl) zich ~ : zich kalmeren
Etymologie
*afgeleid van het Franse calmer () [https://fr.wiktionary.org/wiki/calmer Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelscalm, soothe, calm down
Franscalmer, apaiser, se calmer
Duitsberuhigen, besänftigenn, sich beruhigen
Spaanssosegar, calmar, acallar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek