Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kamergrootte

vrouwelijk (de)/ˈkamərˌɡrotə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. omvang, vooral de oppervlakte, van een vertrek
    Zij betalen bovendien een individuele bijdrage voor ‘hotel- en zorgkosten’: 2.689 tot 3.962 euro per maand, afhankelijk van de kamergrootte.