kampweek

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vakantieweek op een vaste plaats voor een groep
    De opening van de nieuwe editie van de ViVa geschiedt op maandag 6 juli bij speeltuin 't Hond. Twee deelnemende speeltuinen bieden een kamp aan. Speeltuin Het Lindenhof gaat van 6 tot en met 10 juli naar het kampeerhuis De Meene in Buurse. Ook speeltuin Robinia heeft voor een kampweek gekozen. "Dat is een bewuste keuze. Het gaat om speeltuinen in achterstandswijken. Daar wonen veel kinderen die nooit op vakantie gaan." Tubantia 26-06-09 [https://www.tubantia.nl/enschede/jeugd-viva-rekent-op-grotere-toeloop-door-recessie~a7a76a57/ Jeugd ViVa rekent op grotere toeloop door recessie]
    De jaarlijkse kampweek wordt voor de dertiende keer gehouden, voor de vierde maal is het gezelschap zaterdag in Eibergen neergestreken. Ze verblijven er een week. „Je vindt hier echt nog de Achterhoekse vriendelijkheid. Er zijn voldoende faciliteiten aanwezig en het veld zelf is prachtig”, vertelt de Maarsenaar Beks. Tubantia 02-08-15 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/modelvliegkamp-eibergen-die-drones-bezorgen-ons-onterecht-slecht-imago~a3684172/ Modelvliegkamp Eibergen: ‘Die drones bezorgen ons onterecht slecht imago’]