kanovaren

/ˈkanovarə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) varen in een kano door middel van een peddel, waarbij de kanovaarder met het gezicht in de vaarrichting zit
  2. sport (sport) zo snel mogelijk een bepaald traject in een kano afleggen of wedijveren in het behendig bewegen in een kano