kanovaren
/ˈkanovarə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (scheepvaart) varen in een kano door middel van een peddel, waarbij de kanovaarder met het gezicht in de vaarrichting zit
- (sport) zo snel mogelijk een bepaald traject in een kano afleggen of wedijveren in het behendig bewegen in een kano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek