kanselier

mannelijk (de)/ˌkɑnsəˈlir/

Wat is de betekenis van kanselier?

kanselier betekent: (regering) eerste minister

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. regering (regering) eerste minister
  2. hoofd van een griffie

Voorbeelden van "kanselier" in een zin

  • Toen Hitler in 1933 kanselier van Duitsland werd, was dat het begin van het einde van de Duitse democratie
  • Reeds de Romeinse keizers hadden kanseliers in dienst.

Betekenis en uitleg van kanselier

Een kanselier is een hoge functionaris binnen een staat of organisatie, vaak verantwoordelijk voor belangrijke administratieve taken. Denk aan een soort premier of minister die leiding geeft aan de regering of een specifiek departement.

Het woord 'kanselier' wordt vaak gebruikt in politieke contexten, zoals in Duitsland of Oostenrijk, waar het de titel is van de regeringsleider. In bredere zin kun je het ook tegenkomen in onderwijsinstellingen, waar een kanselier de leiding heeft over universitaire zaken. Het woord impliceert doorgaans een zekere autoriteit en verantwoordelijkheid.

Voorbeelden

  • De kanselier presenteerde het nieuwe beleid tijdens de jaarlijkse persconferentie.
  • Na de verkiezingen werd de partijleider benoemd tot kanselier van het land.
  • Als kanselier van de universiteit is het belangrijk om zowel studenten als docenten goed te vertegenwoordigen.

Woordoorsprong

Het woord 'kanselier' komt van het Latijnse 'cancellarius', wat verwijst naar een bode of secretaris, vaak verbonden aan een rechtbank of overheid.

Veelgestelde vragen over kanselier

Wat is de betekenis van kanselier?

kanselier betekent: (regering) eerste minister

Hoeveel betekenissen heeft kanselier?

kanselier heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft kanselier?

kanselier is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je kanselier in een zin?

Voorbeeld: “Toen Hitler in 1933 kanselier van Duitsland werd, was dat het begin van het einde van de Duitse democratie

Etymologie

*via Middelnederlands "cancellier" van "chancelier", in de betekenis van ‘hoogwaardigheidsbekleder’ aangetroffen vanaf 1293

Vertalingen

Engelschancellor, chancellor, chancelier
Franschancelier
DuitsKanzler, Kanzler
Spaanscanciller, canciller