Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kantklosster
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een vrouw die kantklostIn het museum treft u beoefenaars van diverse oude ambachten, zoals een kantklosster, een mutsenmaakster, een pottenbakker en een glazenier.
Etymologie
* van kantklossen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek