Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kapotbezuinigen
/kaˈpɔdbəˌzœynəɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (politiek) zo zuinig met geld (of iets anders) omgaan dat men uiteindelijk zichzelf schade berokkentBolkestein zei in een interview met Nieuwsuur onder de indruk te zijn van het verhaal van het Centraal Planbureau, dat waarschuwt voor de gevolgen van te veel bezuinigen. Hij stelde: “Je moet nooit de economie kapotbezuinigen.”Voor die hier bepleite overheidsinvesteringen is geld nodig. De PvdA is ervan overtuigd dat een beleid dat zich alleen maar richt op het terugdringen van het financieringstekort en dat enkel en alleen staat in het teken van ombuigen en bezuinigen, faalt en contraproduktief is. Teveel uitgeven is funest, maar teveel en ongericht ombuigen evenzeer. We laten onze economie niet "kapotbezuinigen", zei bondskanselier Schmidt onlangs in München op het SPD-congres.
Etymologie
*, leenvertaling van "kaputtsparen"De uitdrukking is voor het eerst in Nederland door de politieke partij PvdA geïntroduceerd, naar aanleiding van een toespraak van de bondskanselier Helmut Schmidt in 1982 (zie vindplaats hieronder).
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek