kapucijn

mannelijk (de)/kapyˈsɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) lid van een van de drie takken van de eerste orde van St.-Franciscus
  2. figuurlijk (figuurlijk) benaming voor duivenras met een brede, zwarte of bruine halskraag

Etymologie

**[2] omdat het verenkleed aan de kleding van een bedelmonnik doet denken

Vertalingen

Engelscapuchin
Franscapucin