Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

karakteroloog

mannelijk (de)/kaˈrɑktəroˌlox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die blijvende kenmerken van de persoonlijkheid van mensen bestudeert
    Terwijl Sylvie de afgelopen dagen in Nederland druk bezig was haar toekomst met zoontje Damián (6) in Hamburg vorm te geven, zijn alle sporen van Rafael van der Vaart inmiddels vakkundig uit het luxueuze penthouse in Eppendorf verwijderd. Schluss na de ’rode kaart’. "Maar de koek is echt op”, concludeert karakteroloog Willem Jan van de Wetering. "Sylvie zal haar verdriet verwerken door zich volop op haar carrière te storten. Rafael lijdt het meest onder de scheiding. Ineens is hij écht alleen.”
    De essaybundel Waterlanders van Henk Pröpper behandelt verschillende aspecten van het Nederlandse nationale wezen - dat wil zeggen de pogingen dat weer te bevestigen -, allesomvattend en op de manier van de introspectieve analyse, kenmerkend voor een schrijver met de ambities van een karakteroloog.
    Daar het de differentieele psychologie tot heden in hoofdzaak nog slechts mocht gelukken voor het eene hoofdprobleem, dat der temperamenten, de meer exacte methoden toe te passen en deze voor het fundamenteele karakterprobleem nog niet aanwendbaar zijn, blijft de meer intuïtieve beschouwingswijze van den karakteroloog voorloopig nog een zeer gewenschte aanvulling van het meer analyseerend onderzoek van den psycholoog vormen.

Etymologie

*vermoedelijk leenvertaling van "Charakterologie", een term die door het in 1867 gepubliceerde boek Beiträge zur Charakterologie van de Duitse filosoof brede verspreiding kreeg; op te vatten als afgeleid van "karakter" en