karet
onzijdig (het)/xxxx/
Wat is de betekenis van karet?
karet betekent: rubber, elastiek
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rubber, elastiek
- schildpad (zowel het dier als stof waarmee siervoorwerpen zijn bekleed of van zijn gemaakt)
- licht karretje
Voorbeelden van "karet" in een zin
- Maar in het begin wist je niet dat karet géén Nederlands woord was en senter ook niet (elastiek en zaklantaarn). „Dat zeggen we hier niet, Hans.” Nog voel ik de verontwaardiging toen de juf me corrigeerde. NRC Hans Moll 13 januari 2010
- Het gaat om twee vogelsoorten, de socotra-aalscholver en de kroeskop-pelikaan, twee soorten zeeschildpadden, de karet- en de soepschildpad, en ten slotte de dugong, een drie meter grote zeekoe, waarvan het verspreidingsgebied zich uitstrekt van de Oostafrikaanse kust tot aan de Filippijnen. NRC F. G. de Ruiter 8 februari 1991
Etymologie
*uit het Maleis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek