kariboe
mannelijk (de)/kariˈbu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zoogdier uit de familie der hertachtigen () dat in het wild voorkomt in de taiga en toendra van Noord-Europa, het noorden van Azië en Noord-AmerikaPasserende quadbestuurders zwaaien vriendelijk. Ze hebben allemaal een geweer op hun rug. Een man snelt voorbij met een zojuist geschoten kariboe achterop. Tubantia Gerben van 't Hof 08-09-15 [https://www.tubantia.nl/buitenland/de-nieuwe-hondenslee-heet-quad-husky-s-op-wielen~abf1c649/ De nieuwe hondenslee heet quad: Husky's op wielen]In de smeltende ijslaag van Yukon, een gebied in noordwesten van Canada, zijn twee gemummificeerde dieren uit de ijstijd gevonden. De wolvenpup en een kalf van een kariboe (wild rendier) werden aangetroffen in het gebied waar ooit de gold rush van Canada plaatsvond. Tubantia 15-09-18 [https://www.tubantia.nl/wetenschap/dierenmummies-uit-ijstijd-ontdekt-in-smeltende-ijslaag-van-canada~a307a3ede/ Dierenmummies uit ijstijd ontdekt in smeltende ijslaag van Canada]
Etymologie
*via het Canadees van "qalipu" “krabber (in de sneeuw met de voorpoten)”
Vertalingen
Engelscaribou
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek