karmozijn
onzijdig (het)/kɑrmo'zɛɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- purperverf
- (kleur) karmijn„Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de Heere; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘purperverf, rode kleur’ voor het eerst aangetroffen in 1516
Vertalingen
Engelscrimson
Spaanscarmesí
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek