karmozijn

onzijdig (het)/kɑrmo'zɛɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. purperverf
  2. kleur (kleur) karmijn
    „Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de Heere; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.”

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘purperverf, rode kleur’ voor het eerst aangetroffen in 1516

Vertalingen

Engelscrimson
Spaanscarmesí