kartelschaar

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɑrtəlˌsxar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) werktuig om te knippen met snijranden die van hoekige tanden zijn voorzien
    Ze ging dus naar Grand-Bourg, waar ze meters en meters stof kocht plus patronen, kleermakerskrijt, een kartelschaar, enzovoorts.