Kas

mannelijk/vrouwelijk (de)/'kɑs/

Wat is de betekenis van Kas?

Kas betekent: (tuinbouw) een doorzichtige en meest glazen constructie die het cultiveren mogelijk maakt van planten die een ander klimaat vergen dan buiten heerst

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tuinbouw (tuinbouw) een doorzichtige en meest glazen constructie die het cultiveren mogelijk maakt van planten die een ander klimaat vergen dan buiten heerst
  2. omhulsel waarin iets is opgesloten (-> borstkas, oogkas, tandkas)
  3. de bak die het ontvangen geld bevat
  4. figuurlijk, financieel, economie (figuurlijk) (financieel), (economie) de liquide middelen van een organisatie
  5. in sommige gevallen afkorting van kast (-> windkas)

Voorbeelden van "Kas" in een zin

  • Het Westland heet vanwege zijn vele kassen ook wel de Glazen Stad.
  • In onze winkel is ieder personeelslid verantwoordelijk voor zijn eigen kas.
  • We hebben op het moment niet zoveel geld in kas.

Etymologie

* [3][4] Uit ouder cassa, casse, kas in de betekenis van “geldkist, geldkoffer”, ontleend aan Italiaans "cassa" “geldkist” (uit Latijn "cassa") voor het eerst aangetroffen in 1543.

Uitdrukkingen

  • krap bij kas zittente weinig geld bezitten

Vertalingen

Engelsmoney box, money-box, till
Fransserre
DuitsKasse, Gewächshaus, Treibhaus
Spaanscaja, invernáculo, invernadero
Italiaansserra
Russischкасса, теплица
Poolsszklarnia