kassa

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɑsa/

Wat is de betekenis van kassa?

kassa betekent: (handel) een plaats in een winkel waar men zijn aankopen betaalt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) een plaats in een winkel waar men zijn aankopen betaalt
  2. toneel (toneel) een plaats in een theater waar men zijn tickets reserveert of betaalt
  3. techniek, handel (techniek), (handel) een machine in een winkel om van een klant ontvangen geld te registreren en te bewaren

Voorbeelden van "kassa" in een zin

  • De klant gaat naar de kassa om zijn boodschappen te betalen.
  • De bioscoopgangers moeten lang aanschuiven aan de kassa voor ze naar binnen kunnen gaan.
  • De winkelier steekt het ontvangen geld in de kassa.

Etymologie

*Afkomstig van het Italiaanse cassa

Vertalingen

Engelscash desk, box office, cash register
Franscaisse, guichet, caisse
Spaanscaja, taquilla, caja