Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kastsleutel
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- sleutel waarmee men het slot van een kastdeur kan openen en sluitenDaarna moest je je enkels aan elkaar binden met het elastiek van de kastsleutel en twintig minuten alleen de armslag doen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek