katachtigen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) een familie van sterk gespecialiseerde landroofdieren. Ze zijn een van de meest uitgesproken vleeseters van de orde der Carnivora, naast de drie families zeeroofdierenHuiskatten, tijgers en leeuwen zijn katachtigen.
Etymologie
* "katachtige" met de uitgang -n
Vertalingen
Engelsfelids
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek